sporadisch
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: sporadisch (hulp, bestand)
Woordafbreking
- spo·ra·disch
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | sporadisch |
| verbogen | sporadische |
Bijvoeglijk naamwoord
sporadisch
- (medisch), (biologie) niet algemeen voorkomend, zeldzaam
- Er zijn sporadische gevallen van deze ziekte geconstateerd, maar een epidemie is niet waarschijnlijk.
Vertalingen
Bijwoord
sporadisch
- zelden voorkomend
- Deze ondersoort komt nog sporadisch op het vasteland voor.