spontaan
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- spon·taan
Woordherkomst en -opbouw
- Frans
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | spontaan | spontaner | spontaanst |
| verbogen | spontane | spontanere | spontaanste |
Bijvoeglijk naamwoord
spontaan
- (van handelingen en uitingen) uit een opwelling voortkomend, niet uitgelokt of door een ander teweeggebracht: een spontane hulde, ontboezeming.
- (van personen) geneigd zijn opwellingen aanstonds te uitten: mensen, spontaan in vreugde en verdriet.
- (van biologische verschijnselen) niet door uitwendige oorzaken bewerkt, vanzelf optredend: een spontane infectie; spontaan geïnfecteerd.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1.