sponsoren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spon·so·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
sponsoren
sponsorde
gesponsord
zwak -d volledig

Werkwoord

sponsoren

  1. (overgankelijk) als sponsor fungeren voor iets of iemand
    Hij sponsort met vijftien andere bedrijven het evenement.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen