sponsor
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- spon·sor
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | sponsor | sponsors |
| verkleinwoord | sponsortje | sponsortjes |
Zelfstandig naamwoord
sponsor m
- een persoon of organisatie die iets, doorgaans financieel, steunt in ruil voor publiciteit
- Mijn broer was op zoek naar een sponsor voor zijn voetbalclub.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| sponsoren |
sponsor