sponsor

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spon·sor
enkelvoud meervoud
naamwoord sponsor sponsors
verkleinwoord sponsortje sponsortjes

Zelfstandig naamwoord

sponsor m

  1. een persoon of organisatie die iets, doorgaans financieel, steunt in ruil voor publiciteit
    Mijn broer was op zoek naar een sponsor voor zijn voetbalclub.

Werkwoord

vervoeging van
sponsoren

sponsor

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sponsoren
    Ik sponsor.
  2. gebiedende wijs van sponsoren
    Sponsor!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sponsoren
    Sponsor je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen