spoel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- spoel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | spoel | spoelen |
| verkleinwoord | spoeltje | spoeltjes |
Zelfstandig naamwoord
- (techniek) een cilindrische vorm (klos) waaromheen een vezel of draad gewonden kan worden (bij het spinnen, weven of machinaal naaien)
- Ook bij grote motieven hoeft u niet meer met borduren te stoppen, om er weer een zelf opgewonden spoeltje met garen in te doen.
- (elektrotechniek) met geleidingsdraad omwonden klos of cilinder, (solenoïde) die de eigenschap van zelfinductie heeft
- Voor de inductantie, ofwel de complexe impedantie Z van een ideale spoel geldt
.
- Voor de inductantie, ofwel de complexe impedantie Z van een ideale spoel geldt
- (fotografie) rond voorwerp om film- en geluidsbanden omheen te wikkelen
- schietspoel
- (techniek) het holle, doorschijnende ondereinde van een veer
Synoniemen
- [1] klos
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een cilindrische vorm
2. een element van zelfinductie
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| spoelen |
spoel
.