spoel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spoel
enkelvoud meervoud
naamwoord spoel spoelen
verkleinwoord spoeltje spoeltjes

Zelfstandig naamwoord

spoel v/m

  1. (techniek) een cilindrische vorm (klos) waaromheen een vezel of draad gewonden kan worden (bij het spinnen, weven of machinaal naaien)
    Ook bij grote motieven hoeft u niet meer met borduren te stoppen, om er weer een zelf opgewonden spoeltje met garen in te doen.
  2. (elektrotechniek) met geleidingsdraad omwonden klos of cilinder, (solenoïde) die de eigenschap van zelfinductie heeft
    Voor de inductantie, ofwel de complexe impedantie Z van een ideale spoel geldt Z_L=j\omega L\!.
  3. (fotografie) rond voorwerp om film- en geluidsbanden omheen te wikkelen
  4. schietspoel
  5. (techniek) het holle, doorschijnende ondereinde van een veer
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
spoelen

spoel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spoelen
    Ik spoel.
  2. gebiedende wijs van spoelen
    Spoel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spoelen
    Spoel je?