spleet

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spleet
enkelvoud meervoud
naamwoord spleet spleten
verkleinwoord spleetje spleetjes

Zelfstandig naamwoord

spleet v/m

  1. langgerekte nauwe en betrekkelijk diepe opening, meest langs een nerf of snede.
    De vogel gebruikte de spleet in de boomstam om er een nest te bouwen.

Werkwoord

spleet

  1. verleden tijd van splijten.
Persoonlijke instellingen
Andere talen