spioneren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spi·o·ne·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
spioneren
spioneerde
gespioneerd
zwak -d volledig

Werkwoord

spioneren

  1. (inergatief) voor concurrentie of vijand geheime informatie trachten te verwerven
    Er wordt zowel door regeringen als door bedrijven gespioneerd.
Synoniemen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. Wiktionnaire