spietsen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- spiet·sen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| spietsen /'spitsə(n)/ |
spietste /'spitstə/ |
gespietst /ɣə'spitst/ |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
spietsen
- ter dood brengen door doorboring met een spies
- Vlad Dracula spietste een groot aantal van zijn tegenstanders.