spie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Spieën [1]
Inlegspie [2]

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spie
enkelvoud meervoud
naamwoord spie spieën
verkleinwoord spietje spietjes

Zelfstandig naamwoord

[A] spie v/m

  1. (techniek) een plat of rond, toelopend voorwerp dat wordt gebruikt om iets stevig mee vast te zetten, of bijv. een stuk hout te kloven
    De steigerpijpen worden met spieën vastgezet.
  2. (techniek) een stukje metaal dat in een groef van een (motor-) as ligt opgesloten, om verdraaiing te verhinderen.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
enkelvoud meervoud
naamwoord spie spiezen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

[B] spie v

  1. (spreektaal) een cent
Uitdrukkingen en gezegden
  • [3]: geen spie meer hebben
geen cent meer hebben, blut zijn
Vertalingen

Meer informatie