speels

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • speels
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen speels speelser
verbogen speelse speelsere

Bijvoeglijk naamwoord

speels

  1. als iets of iemand die graag speelt
    Hij was nog te speels om al naar school te gaan.
  2. ongedwongen, met weinig moeite
    Hij gaf op een speelse manier les.