sparen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- spa·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| sparen |
spaarde |
gespaard |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
sparen
- geld niet uitgeven
- Ik ben aan het sparen voor een nieuwe motor.
- iets verzamelen
- Spaar jij postzegels?
- ontzien, niet straffen of geweld aandoen
- Bij die ramp bleef weinig gespaard.
Synoniemen
- 1. opsparen, potten, verzamelen
- 2. collectioneren, verzamelen
- 3. ontzien, behoeden, vrijwaren
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. geld niet uitgeven
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.