spanning

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • span·ning
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spanning spanningen
verkleinwoord spanninkje spanninkje

Zelfstandig naamwoord

spanning v

  1. opgeslagen mechanische energie.
    Er staat grote spanning op deze boog.
  2. een toestand van grote aandacht, meestal bij onzekerheid over de afloop van een gebeurtenis.
    Tegen het eind van de wedstrijd was de spanning onder het publiek te snijden.
  3. potentiële energie van elektrische aard.
    Een over een thermokoppel aangelegd temperatuurverschil genereert een meetbaar spanninkje.
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Andere talen