spagaat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spa·gaat
enkelvoud meervoud
naamwoord spagaat spagaten
verkleinwoord spagaatje spagaatjes

Zelfstandig naamwoord

spagaat m

  1. een gymnastische houding waarbij een been naar voren en een naar achteren is gestrekt en een hoek van 180° vormen
    Hij blesseerde zich bij het doen van een spagaat.
  2. een moeilijke positie waarin iemand verkeert die zich gedwongen voelt rekening te houden met tegengestelde belangen en dergelijke
    Ze bevindt zich in een spagaat of ze wél of níét die wijziging door moet voeren.