spagaat
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- spa·gaat
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | spagaat | spagaten |
| verkleinwoord | spagaatje | spagaatjes |
Zelfstandig naamwoord
spagaat m
- een gymnastische houding waarbij een been naar voren en een naar achteren is gestrekt en een hoek van 180° vormen.
- Hij blesseerde zich bij het doen van een spagaat.
- een moeilijke positie waarin iemand verkeert die zich gedwongen voelt rekening te houden met tegengestelde belangen en dergelijke.
- Ze bevindt zich in een spagaat of ze wél of níét die wijziging door moet voeren.