sop

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sop
enkelvoud meervoud
naamwoord sop soppen
verkleinwoord sopje sopjes

Zelfstandig naamwoord

sop o

  1. gewoonlijk warm water waaraan schoonmaakmiddel is toegevoegd
    Ik zal even een sopje maken om dat schoon te maken.
  2. (scheepvaart) het zeewater
    Hij koos het ruime sop.

Werkwoord

vervoeging van
soppen

sop

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van soppen
    Ik sop.
  2. gebiedende wijs van soppen
    Sop!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van soppen
    Sop je?


Indonesisch

Woordafbreking
  • sop
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

sop

  1. (voeding) soep
Schrijfwijzen