sommeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • som·me·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
sommeren
sommeerde
gesommeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

sommeren

  1. (overgankelijk) met authoriteit een bevel geven
    In 1986 werden de eigenaars van de strandhutten gesommeerd om per oktober hun hutten te ontruimen en af te breken.
  2. (overgankelijk) (wiskunde) een aantal grootheden optellen
Vertalingen


Deens

Woordafbreking
  • som·me·ren
Naar frequentie 3199

Zelfstandig naamwoord

sommeren, g

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van sommer


Noors

Woordafbreking
  • som·me·ren
Naar frequentie 2741

Zelfstandig naamwoord

sommeren, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van sommer