sok

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sok sokken
verkleinwoord sokje sokjes

Zelfstandig naamwoord

sok

  1. v/m (kleding) kous die tot net boven de enkel komt [2]
    na alle ellende met de banken en zakkenvullerij had de oude man net als in de crisistijd zijn geld maar weer in een ouwe sok onder het bed gestopt
  2. v/m (dierkunde) bij viervoeters het anders gekleurde, onderste deel van de poot
  3. m (techniek) verbindingsstuk dat over twee buizen geschoven wordt om ze te verbinden, mof [3]
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl (kous)
  3. etymologiebank.nl (mof)