snor

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Snor
Snor

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • snor
enkelvoud meervoud
naamwoord snor snorren
verkleinwoord snorretje snorretjes

Zelfstandig naamwoord

snor v/m

  1. beharing tussen neus en bovenlip
  2. een vogel (Locustella luscinoides) die tot de rietzangers (Sylviidae) behoort en een snorrend geluid voortbrengt
Vertalingen


Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
snorren

snor

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snorren
    Ik snor.
  2. gebiedende wijs van snorren
    Snor!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snorren
    Snor je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen