snoodaard

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • snood·aard
enkelvoud meervoud
naamwoord snoodaard snoodaards
verkleinwoord snoodaardje snoodaardjes

Zelfstandig naamwoord

snoodaard m

  1. (formeel) iemand met slechte bedoelingen
    Pas op voor hem, hij is een echte snoodaard!
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen