snoer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • snoer
enkelvoud meervoud
naamwoord snoer snoeren
verkleinwoord snoertje snoertjes

Zelfstandig naamwoord

snoer o

  1. (elektrotechniek) soepele elektriciteitskabel die binnenshuis gebruikt wordt
    Zit er aan dat snoer al een stekker?
  2. ketting van een aantal aaneengeregen voorwerpen (halssnoer)
  3. koord
  4. vislijn
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen