snoeien
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈsnujə(n)/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈsnujə(n)/
Woordafbreking
- snoei·en
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| snoeien |
snoeide |
gesnoeid |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
snoeien
- (overgankelijk) planten terugbrengen op gewenste lengte
- Hij was de haag aan het snoeien om ervoor te zorgen dat hij niet over de weg zou gaan groeien.
Afgeleide begrippen
- snoeier, snoeihard, snoeiheet, snoeihout, snoeiing, snoeimes, snoeioperatie, snoeischaar, snoeisel, snoeitang