snikkel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- snik·kel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | snikkel | snikkels |
| verkleinwoord | snikkeltje | snikkeltjes |
Zelfstandig naamwoord
snikkel m
- (informeel) het geslachtsdeel van de man, de penis
- Veel mannen scheppen op over hun snikkel.