sneven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sne·ven
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
sneven
sneefde
gesneefd
zwak -d volledig

Werkwoord

sneven

  1. (ergatief) in de strijd vallen
    Hij was gesneefd in die slag, als zovelen.
  2. (ergatief) overdrachtelijk niet overleven, ophouden te bestaan
    Veel van deze kleine scholen zijn gesneefd toen de schaalvergroting haar intrede deed.