sneuvelen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sneu·ve·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
sneuvelen
sneuvelde
gesneuveld
zwak -d volledig

Werkwoord

sneuvelen

  1. (ergatief) omkomen in de strijd
    Er zijn in de beide Wereldoorlogen miljoenen gesneuveld.
  2. (ergatief) kapot gaan door te breken
    Door de ontploffing sneuvelden er veel ruiten.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen