sneeuwvlok
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: sneeuwvlok (hulp, bestand)
- IPA: /'snewvlɔk/
Woordafbreking
- sneeuw·vlok
Woordherkomst en -opbouw
Zelfstandig naamwoord
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | sneeuwvlok | sneeuwvlokken |
| verkleinwoord | sneeuwvlokje | sneeuwvlokjes |
- een kleine massa aaneengehechte sneeuwkristallen.
- Er zijn een paar sneeuwvlokjes gevallen, maar er bleef niets liggen.
Vertalingen
1. een kleine massa aaneengehechte sneeuwkristallen