sneeuwbal

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sneeuw·bal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sneeuwbal sneeuwballen
verkleinwoord sneeuwballetje sneeuwballetjes

Zelfstandig naamwoord

sneeuwbal m

  1. een tot een bal samengepakte hoeveelheid sneeuw, vaak bedoeld voor een speels sneeuwballengevecht.
    Zij gooide de sneeuwbal van twintig meter afstand recht in zijn gezicht.
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Andere talen