sneeuw

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken
Sneeuw op de takken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sneeuw
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sneeuw -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

sneeuw g

  1. (meteorologie) in kristallen bevroren water.
    De sneeuw zeeg dwarrelend neer uit de grauwe lucht en vormde al snel een dikke laag op de takken.
  2. ruis weergegeven door een televisietoestel.
    Door technische problemen bevatte het beeld veel sneeuw.
Synoniemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Als sneeuw voor de zon verdwijnen.

  • Snel verdwijnen.
Vertalingen

Meer informatie

Referenties
  1. Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, door Johannes Franck, M. Nijhoff 1892
Persoonlijke instellingen