sneeuw
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: sneeuw (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /snɪːβ̞/
- (Vlaanderen, Brabant): /sneːβ̞/
- (Limburg): /sneʊ̯/
Woordafbreking
- sneeuw
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Middelnederlandse snee m, genitief: sne(u)wes, van Gemeengermaans: *snaiwo-, vergelijk Gotisch: snaiws.[1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | sneeuw | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
- (meteorologie) in kristallen bevroren water
- De sneeuw zeeg dwarrelend neer uit de grauwe lucht en vormde al snel een dikke laag op de takken.
- De Eskimotaal kent minstens tweeëntwintig verschillende woorden voor sneeuw
- ruis weergegeven door een televisietoestel
- Door technische problemen bevatte het beeld veel sneeuw.
- cocaïne
- koolzuursneeuw
Synoniemen
- [2] ruis
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Als sneeuw voor de zon verdwijnen.
- Snel verdwijnen.
Vertalingen
1. in kristallen bevroren water
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, door Johannes Franck, M. Nijhoff 1892