smaden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sma·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
smaden
smaadde
gesmaad
zwak -d volledig

Werkwoord

smaden

  1. (overgankelijk) met hoon en spot overladen
    Zij werden om hun geloof vaak gesmaad.

Zelfstandig naamwoord

smaden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord smaad