smachten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- smach·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| smachten |
smachtte |
gesmacht |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
smachten
- (inergatief) ~ naar een bijzonder sterk verlangen hebben naar iets dat men ontbeert
- Na de lange tocht door de woestijn smachtte hij naar koel water.