smachten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • smach·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
smachten
smachtte
gesmacht
zwak -t volledig

Werkwoord

smachten

  1. (inergatief) ~ naar een bijzonder sterk verlangen hebben naar iets dat men ontbeert
    Na de lange tocht door de woestijn smachtte hij naar koel water.
Vertalingen