smaad
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- smaad
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | smaad | smaden |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
smaad m
- aantasting van iemands eer of goede naam in woord of geschrift (niet per se door het verstrekken van onjuiste feiten)
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| smaden |
smaad
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van smaden
- Ik smaad.
- gebiedende wijs van smaden
- Smaad!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van smaden
- Smaad je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.