sluis
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- sluis
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | sluis | sluizen |
| verkleinwoord | sluisje | sluisjes |
Zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) een kunstwerk om water te keren en mogelijk ook om schepen door te laten, op een plaats tussen twee waters met een verschillend waterpeil.
- een afgesloten ruimte met aan twee zijden een deur, waarvan er tegelijkertijd slechts één open kan.
Afgeleide begrippen
- [1] zeesluis
Verwante begrippen
- [1] getij, schip, schutsluis, sluisdeur, sluishoofd, bovenhoofd, benedenhoofd, binnenhoofd, buitenhoofd
Vertalingen
1.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.