slepe

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • sle·pe
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Nederduits
Naar frequentie 12977
vervoeging
onbepaalde wijs slepe
tegenwoordige tijd sleper
verleden tijd slepte
voltooid
deelwoord
slepte
onvoltooid
deelwoord
slepende
lijdende vorm slepes
gebiedende wijs slep
vervoegingsklasse Klasse 2 zwak
opmerking

Werkwoord

slepe

  1. (overgankelijk) slepen, trekken
  2. (overgankelijk) hard werken, streven
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • [1]: slepe en tømmerstokk
en (gekapte) boomstam slepen
  • [1]: slepe den ene foten etter seg
met een voet slepen
  • [1]: slepe med seg noe
iets met zich slepen
  • [1]: slepe en i seng
iemand in het bed trekken
  • [1]: slepe en bil
een auto slepen
  • [2]: slepe og slite hele livet
het hele leven hard werken en vechten
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   slepe     m: slepen
v: slepa  
  sleper     slepene  
genitief   slepes     m: slepens
v: slepas  
  slepers     slepenes  

Zelfstandig naamwoord

slepe

  1. sleepweg
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • gamle slepene
oude sleepwegen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • sle·pe
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Nederduits
vervoeging
onbepaalde wijs slepe
slepa
slepe
slepa
tegenwoordige tijd slepar sleper
slepar [1]
verleden tijd slepa slepte
voltooid
deelwoord
slepa slept
onvoltooid
deelwoord
slepande slepande
lijdende vorm slepast slepast
gebiedende wijs slep
slepe
slepa
slep
vervoegingsklasse Klasse 1 zwak Klasse 2 zwak
opmerking optioneel optioneel

Werkwoord

slepe

  1. (overgankelijk) slepen, trekken
  2. (overgankelijk) hard werken, streven
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • [1]: slepe ein tømmerstokk
en (gekapte) boomstam slepen
  • [1]: slepe eine foten etter seg
met een voet slepen
  • [1]: slepe med seg noko
iets met zich slepen
  • [1]: slepe ein i seng
iemand in het bed trekken
  • [1]: slepe en bil
een auto slepen
  • [2]: slepe og slite heile livet
het hele leven hard werken en vechten

Werkwoord

slepe

  1. gebiedende wijs van slepe
Schrijfwijzen
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   slepe     slepa     sleper     slepene  

Zelfstandig naamwoord

slepe v

  1. sleepweg
  2. pad, weg
  3. spoor
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
  • [1]: gamle slepene
oude sleepwegen
Verwijzingen
  1. naar vrije keuze volgens
    Taalhervorming 2012,
    punt 3.4.2 (in het Noors)