sleeptouw
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- sleep·touw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | sleeptouw | sleeptouwen |
| verkleinwoord | sleeptouwtje | sleeptouwtjes |
Zelfstandig naamwoord
sleeptouw o
- (scheepvaart) touw of kabel waarmee het ene schip het andere voorttrekt
- Het sleeptouw brak en de reddingspoging mislukte.