sleeptouw

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sleep·touw
enkelvoud meervoud
naamwoord sleeptouw sleeptouwen
verkleinwoord sleeptouwtje sleeptouwtjes

Zelfstandig naamwoord

sleeptouw o

  1. (scheepvaart) touw of kabel waarmee het ene schip het andere voorttrekt
    Het sleeptouw brak en de reddingspoging mislukte.
Verwante begrippen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen