slaperig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈsla.pə.rəχ/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˈsla.pə.rəx/
- (Limburg): /ˈsla.pə.rɪx/
Woordafbreking
- sla·pe·rig
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | slaperig | slaperiger | slaperigst |
| verbogen | slaperige | slaperigere | slaperigste |
Bijvoeglijk naamwoord
slaperig
- behoefte tot slaap vertonend
- Na al dat harde werken begon ik slaperig te worden.
Verwante begrippen
Vertalingen
1. behoefte tot slaap vertonend
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.