sko

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Sko.
Schoen.

Inhoud

Biak

Persoonlijk voornaamwoord

sko

  1. derde persoon drievoud; zij drieën



Deens

Zelfstandig naamwoord

sko g

  1. (kleding) schoen
Verbuiging



IJslands

Tussenwerpsel

sko

  1. (slang) kijk, kijk hier, weet je
Afgeleide begrippen


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • sko
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord skór.
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
sko
skor
skodde
skodd
Klasse 4 zwak

Werkwoord

sko

  1. met één of meer hoefijzers beslaan.
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

sko m

  1. (kleding) schoen
    «Når du skal kvitte deg med brukbare klær, sko og tekstiler, så ikke kast det i restavfallet.»
    Als je je van je goede kleding, schoenen en textiel wilt ontdoen, gooi het dan niet bij het restafval.
  2. hoefijzer
  3. beschermkap
  4. remschoen
Verbuiging
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • sko
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudnoorse woord skór.
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
sko
skor
skodde
skodd
skott
Klasse 3 zwak

Werkwoord

sko

  1. met één of meer hoefijzers beslaan.
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

sko m

  1. (kleding) schoen
  2. hoefijzer
  3. beschermkap
  4. remschoen
Verbuiging
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Zweeds

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

sko g

  1. (kleding) schoen
Verbuiging
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen

Werkwoord

sko

  1. schoenen aantrekken
Verwante begrippen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen