site

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • site
enkelvoud meervoud
naamwoord site sites
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

site v/m

  1. de locatie
    Op de site van het vliegtuigongeluk was veel pers aanwezig.
  2. (informatica) een website
    We keken op de site voor meer informatie.