sinusitis

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • si·nu·si·tis
enkelvoud meervoud
naamwoord sinusitis -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

sinusitis v

  1. (medisch) een ontsteking van een bijholte van de neusholte
    Sinusitis kan in elk van de vier groepen neusbijholten ontstaan.
Synoniemen
Vertalingen


Spaans

enkelvoud meervoud
sinusitis -

Zelfstandig naamwoord

sinusitis v

  1. (medisch) sinusitis