singulariteit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sin·gu·la·ri·teit
Woordherkomst en -opbouw
  • Van het Franse singularité, van het Latijnse 'singularitas' met het achtervoegsel -iteit
enkelvoud meervoud
naamwoord singulariteit singulariteiten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

singulariteit v

  1. het niet van toepassing zijn van de normaal geldige regels
  2. (wiskunde) een punt waarvoor een functie of een van zijn afgeleiden niet gedefinieerd is
    De functie tan(x) heeft een singulariteit voor de waarde π/2.
  3. (wiskunde) het singulair zijn
    Ten gevolge van de singulariteit van de matrix kan deze niet geïnverteerd worden.