sinecure
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- si·ne·cu·re
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | sinecure, sinecuur | sinecures, sinecuren |
| verkleinwoord | sinecuurtje | sinecuurtjes |
Zelfstandig naamwoord
- makkelijk baantje, eenvoudige taak
- In theorie kan het op die manier gedaan worden, dit is echter bepaald geen sinecure.
- Alleen een kind opvoeden is geen sinecure.
Woordherkomst en -opbouw
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.