simultaan
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- si·mul·taan
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | simultaan |
| verbogen | simultane |
Bijvoeglijk naamwoord
simultaan
- (medisch) gelijktijdig
Vertalingen
1. gelijktijdig