signaleren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- sig·na·le·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| signaleren |
signaleerde |
gesignaleerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
signaleren
- het constateren van iets, en er vervolgens op attenderen door het geven van een signaal meestal ter waarschuwing over gevaar, onraad, bijzondere omstandigheden of gebeurtenissen
- De klokkenluider heeft een ernstig probleem gesignaleerd.