signaleren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sig·na·le·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
signaleren
signaleerde
gesignaleerd
zwak -d volledig

Werkwoord

signaleren

  1. het constateren van iets, en er vervolgens op attenderen door het geven van een signaal meestal ter waarschuwing over gevaar, onraad, bijzondere omstandigheden of gebeurtenissen
    De klokkenluider heeft een ernstig probleem gesignaleerd.
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen