shovel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudengelse woord scofl, verwant met het Nederlandse woord schoffel en het Duitse woord Schaufel.
enkelvoud meervoud
shovel shovels

Zelfstandig naamwoord

shovel

  1. (gereedschap) schep, schop, spade
  2. excavateur, lepelexcavateur, lepelgraafmachine
Afgeleide begrippen
vervoeging
onbepaalde wijs to
he/she/it s
verleden tijd [[shoveled (VS)
shovelled (VK)]]
voltooid
deelwoord
[[shoveled (VS)
shovelled (VK)]]
onvoltooid
deelwoord
[[shoveling (VS)
shovelling (VK)]]
gebiedende wijs shovel

Werkwoord

shovel

  1. (overgankelijk) scheppen, opscheppen
  2. (onovergankelijk) scheppen
Afgeleide begrippen
  • [1]: shovel in
  • [1]: shovel out
  • [1]: shovel up