shock

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • shock
enkelvoud meervoud
naamwoord shock shocks
verkleinwoord shockje shockjes

Zelfstandig naamwoord

shock m

  1. (medisch) een toestand die ontstaat door acute te geringe bloedtoevoer naar weefsels door ondervulling van het slagaderlijk systeem.
    Let op, emotionele of psychologische shock heeft niets met het medische begrip shock te maken!!
    De patiënt is in een acute shock geraakt.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie