shampoo

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sham·poo
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Engelse shampoo.
enkelvoud meervoud
naamwoord shampoo shampoos
verkleinwoord shampootje shampootjes

Zelfstandig naamwoord

shampoo m

  1. een product, meestal in vloeibare vorm, dat bedoeld is om het haar te wassen
    Heb jij de fles shampoo ergens gezien?
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Engels

Uitspraak
  • IPA: /ʃæm.ˈpuː/
Woordafbreking
  • sham·poo
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Hindi चाँपो (champo), de gebiedende wijs van चाँपना (champna; "drukken, kneden"), dat van de Sanskriet-wortel √cap ("leggen, kneden") komt.
enkelvoud meervoud
shampoo shampoos

Zelfstandig naamwoord

shampoo

  1. shampoo, haarwasmiddel
  2. wasbeurt met shampoo
    «I’m going to give the carpet a shampoo
    Ik ga het tapijt in de shampoo zetten.
  3. (informeel) champagne
Synoniemen
vervoeging
onbepaalde wijs to shampoo
he/she/it shampoos
verleden tijd shampooed
voltooid
deelwoord
shampooed
onvoltooid
deelwoord
shampooing
gebiedende wijs shampoo

Werkwoord

shampoo

  1. (overgankelijk) met shampoo wassen, shampooën
    «Elly shampoos and conditions her hair every evening.»
    Elly wast haar haar elke avond met shampoo en conditioner.


Italiaans

Uitspraak
  • IPA: /ˈʃam.po/
Woordafbreking
  • sham·poo
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Engelse shampoo.
enkelvoud meervoud
shampoo shampoo

Zelfstandig naamwoord

shampoo m

  1. shampoo


Papiamento

Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud of
impliciet meervoud
expliciet meervoud
  shampoo     shampoonan  

Zelfstandig naamwoord

shampoo

  1. shampoo
Schrijfwijzen
  • Schrijfwijze op Aruba: shampu.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen