servet
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ser·vet
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | servet | servetten |
| verkleinwoord | servetje | servetjes |
Zelfstandig naamwoord
servet o
- een doek die men aan tafel gebruikt om er de mond en vingers mee af te vegen
- Er lagen een aantal papieren servetten op de toonbank bij de snackbar.
Vertalingen
1. een doek die men aan tafel gebruikt om er de mond en vingers mee af te vegen
|
|