serveren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ser·ve·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| serveren |
serveerde |
geserveerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
serveren
- (overgankelijk) iets op tafel opdienen
- Zij serveerden daar heerlijk eigengebakken brood bij.
- (overgankelijk) (sport) de bal opslaan
- Die bal werd niet goed geserveerd en werd daardoor met gemak door de tegenstanders teruggeslagen.