serveren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ser·ve·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
serveren
serveerde
geserveerd
zwak -d volledig

Werkwoord

serveren

  1. (overgankelijk) iets op tafel opdienen
    Zij serveerden daar heerlijk eigengebakken brood bij.
  2. (overgankelijk) (sport) de bal opslaan
    Die bal werd niet goed geserveerd en werd daardoor met gemak door de tegenstanders teruggeslagen.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen