schuiven
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- schui·ven
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| schuiven |
schoof |
geschoven |
| klasse 2 | volledig | |
Werkwoord
schuiven
- (overgankelijk) over de grond verplaatsen
- Hij schoof de doos in de richting van de deur.
Vertalingen
Zelfstandig naamwoord
schuiven mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord schuif