schuif

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schuif
enkelvoud meervoud
naamwoord schuif schuiven
verkleinwoord schuifje schuifjes

Zelfstandig naamwoord

schuif v/m

  1. manier om een deur te vergrendelen met een plat voorwerp
    Om de deur te openen moet je eerst de schuif eraf halen.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
schuiven

schuif

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schuiven
    Ik schuif.
  2. gebiedende wijs van schuiven
    Schuif!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schuiven
    Schuif je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen