schub
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- schub
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | schub | schubben |
| verkleinwoord | schubje | schubjes |
Zelfstandig naamwoord
- (biologie) een van meerdere overlappende plaatjes van keratine die aan een kant vastzitten en zo een oppervlak bedekken
- In de biologische nomenclatuur is een schub een kleine stijve plaat die uit een dierlijke huid steekt om bescherming te bieden.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een van meerdere overlappende plaatjes van keratine die aan een kant vastzitten en zo een oppervlak bedekken
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| schubben |
schub
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schubben
- Ik schub.
- gebiedende wijs van schubben
- Schub!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schubben
- Schub je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.