schub

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schub
enkelvoud meervoud
naamwoord schub schubben
verkleinwoord schubje schubjes

Zelfstandig naamwoord

schub v/m

  1. (biologie) een van meerdere overlappende plaatjes van keratine die aan een kant vastzitten en zo een oppervlak bedekken
    In de biologische nomenclatuur is een schub een kleine stijve plaat die uit een dierlijke huid steekt om bescherming te bieden.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
schubben

schub

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schubben
    Ik schub.
  2. gebiedende wijs van schubben
    Schub!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schubben
    Schub je?

Meer informatie