schroom

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • schroom

Werkwoord

vervoeging van
schromen

schroom

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schromen
    Ik schroom.
  2. gebiedende wijs van schromen
    Schroom!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schromen
    Schroom je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen