schrik
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- schrik
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | schrik | |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
schrik m
- het ervaren van een gevoel van angst als gevolg van een plotselinge verandering
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. het ervaren van een gevoel van angst als gevolg van een plotselinge verandering
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| schrikken |
schrik